DE ALOUDE NEDERLANDSE POLITIEK!

De formatie van 2010!

Om een iets ruimere meerderheid in de Tweede Kamer te hebben, zouden de VVD, PVV en het CDA een deal met de SGP voorbereiden. In ruil voor dat er niets op medisch-ethisch gebied wordt veranderd, zou de SGP onofficiële gedoogsteun aan een eventueel rechts kabinet willen geven.

En

Een moratorium op medisch-ethische beslissingen zou onder meer betekenen dat het pleidooi 'Uit vrije wil’ voor euthanasie voor mensen die niet doodziek maar wel levensmoe zijn, niet in wetgeving omgezet zal worden. Voormalig VVD-premier Frits Bolkestein is een van de initiatiefnemers hiervan.

Cursief: Elsevier donderdag 2 september 2010

 

De VVD moet en zal regeren. Met een partner (de PVV) die geen regeringsverantwoordelijkheid kan en wil dragen en met een tot op het bot verdeelde, in de Kamer gehalveerde CDA, een partij er kennelijk alles aan doet om alsnog op het regeringspluche te kunnen plaatsnemen. 76 Zetels hebben ze met hun drieën, waarvan in ieder geval 3 van het CDA mogelijk kunnen tegenstribbelen bij controversiële onderwerpen en er 24 (en bloc, dat wel) al of niet zullen gedogen.

En nu het politieke spelletje, voor wat meer principiële mensen volstrekt niet te bevatten. De SGP, U weet wel, de partij die o.a. de oudtestamentische standpunten inneemt dat vrouwen expliciet uitgesloten worden van politieke functies en homoseksueel gedrag niet geoorloofd is (hoezo de Islam een achterlijke religie). Die partij dus, wordt nu gevraagd de combinatie VVD, CDA, PVV te steunen in ruil voor de toezegging zoals hierboven door Elsevier verwoord. Die partij dus, met 2 (ja TWEE!) zetels in de 2e kamer (= 1,7% van het totaal aantal stemmen) zal op die manier haar opvattingen OPLEGGEN aan mensen de er een andere mening op na houden.

Als het op dit moment zo werkt in de politiek, als op die manier de gevoelens en opvattingen van anderen dan ‘christelijken’ worden versjacherd, dan is bij mij het laatste vertrouwen in de politiek verloren gegaan.

 Shame on you!, CDA, VVD, PVV en zeker SGP! Hoereren heet dat in bijbelse termen!

 Eigenbelang, partijbelang, en dan niets meer!

 Marius.

september 2, 2010
By on 18:33
SIMSON, MOORDENAAR EN ZELFMOORDTERRORIST.

Een Bijbelverhaal anders verteld.

Als kind werd Simson mij voorgesteld als een sterke sympathieke held, opkomend voor de vertrapte Israëlieten. Maar nu ik het Oude Testament en wel Rechters 13 en volgende nog eens nauwkeurig lees kom ik tot een wat andere conclusie. Leest en huivert!

Na een tamelijk ingewikkeld geboorteproces (voorzichtig uitgedrukt) uit een uiteraard naamloze onvruchtbare vrouw (Re13 : 2-24) en opgegroeid tot huwbare jongeling wil Simson, daartoe aangezet door God, absoluut een Filistijns meisje trouwen. Nou had God dat wel altijd al verboden, vermenging met andersgelovigen, maar Hij zoekt een aanleiding tot strijd tegen die vieze onbesneden Filistijnen. Waarom? Nou, de Israëlieten deden weer eens alles wat in strijd was met Zijn Wil en werden daarom als straf door de Filistijnen overheerst. En daarom zocht de Heer dus strijd met de Filistijnen, ….. met de Filistijnen? Ja, met de Filistijnen!

De Heer deed dat zelf niet, hoewel er toch voorbeelden in de Bijbel te over zijn dat Hij gewoon doet met mensen wat Hij wil. Daar gebruikt Hij nu Simson voor. Nou ja, Zijn Wegen zijn ondoorgrondelijk zullen we maar zeggen.

De bruiloft.  

Simson gaat een (uiteraard) naamloze Filistijnse bruid trouwen, gaat zeven dagen feestvieren met o.a. dertig mannelijke (Filistijnse) leeftijdgenoten. Hij heeft behoefte aan wat lijfgoed en geeft een raadsel op aan zijn feestgenoten. Als zij dat raadsel niet oplossen moeten ze hem ieder een stel onder- en bovengoed verschaffen. Raden ze het wel dan moet hij voor die dertig hetzelfde dokken. De gasten gaan in eerste instantie akkoord, maar als ze het raadsel horen hebben ze veel spijt. Dat gaat geld kosten.

De ‘feestgangers’ dreigen daarom de bruid haar en haar hele familie te verbranden (!) als zij de oplossing van het raadsel niet aan Simson weet te ontfutselen. En ja hoor, na veel zeuren vertelt Simson het met zijn stomme kop aan zijn nieuwbakken bruidje. Zij vertelt het door en Simson is de klos, betalen!

Simson zeikend nijdig, maar de Heer geeft hem een geweldige kracht. Simson gaat naar de stad Askelon (Filistijns!), slaat daar dertig mannen neer, berooft hen van hun kleren en geeft die aan zijn bruiloftsgasten. Loof den Heer! Het is te hopen dat Simson het spul dat hij van zijn slachtoffers heeft getrokken eerst even gewassen heeft, al die bloedspatten, het staat zo slordig, zo …. onattent. Overigens, om in de stijl van dit prachtverhaal te blijven; had hij niet beter zijn bruiloftsgasten af kunnen maken, was toch veel efficiënter?

Vervolgens gaat Simson, nog steeds woedend, naar huis, naar zijn ouders. Zijn bruid laat hij achter. Die wordt door haar pa aan een van de gasten ‘gegeven’!

Simson weer boos en zoekt wraak …..

Niet lang daarna wil Simson toch zijn vrouwtje maar eens opzoeken, een man heeft zo zijn behoeften nietwaar. Schoonpa vertelt hem dat zij ondertussen aan een ander is vergeven, maar dat Simson het knappe zusje wel mag ‘nemen’. Simson wordt weer ontzettend boos en vertelt schoonpa dat hij, Simson dus, niet meer aansprakelijk gesteld kan worden voor wat hij nù gaat doen. Hij vangt driehonderd (ja 300!) vossen, bindt ze twee aan twee met de staarten aan elkaar, steekt daar brandende fakkels in en jaagt ze de korenvelden en de boomgaarden van de Filistijnen in. Lekker alles in de fik. Niet toerekeningsvatbaar natuurlijk, maar een en ander door God ingegeven. Kan je dus niks van zeggen.

De Filistijnen komen erachter wie het heeft gedaan en omdat ze wel uitkijken die krachtpatser Simson aan te vallen, pakken ze schoonpa en het onschuldige zusje en verbranden ze levend. Prachtig verhaal hè.

En het gaat alsmaar verder; Simson is nog bozer en ‘maakt talloze slachtoffers’. Onder anderen 1000 bij één gelegenheid met een (interessante bijzonderheid, vooral voor de slachtoffers) ezelskaak. Simson maakt er een leuk liedje op en gooit de slachtoffers op een grote hoop, ziet U het voor U?

Met een ezelskaak

Heb ik ze neergeslagen

Wel duizend heb ik er opgestapeld

Met één zo’n ezelskaak (GNB)

(Lieve God, wat heb Je op Je Geweten?? Is God gewetenloos?)

Op die manier gaf Simson leiding aan Israel, zo’n 20 jaar. Niets bijzonders trouwens al dat doden, al dat bloedvergieten. Het huidige Palestina/Israël kan een oase van rust worden genoemd in vergelijking met die Bijbelse tijden.

Simsons einde.

En dan zijn dood. Hij wordt verliefd op een Filistijnse vrouw, bij wijze van uitzondering nu eens niet naamloos, zoals vaak in Bijbel. Delila! Zij verleidt hem het geheim van zijn kracht te onthullen, zijn haar dus, daar zat de kracht van de Heer in, hoe merkwaardig. Dan sust Delila Simson in slaap en laat zijn haar afscheren, hij is nu net zo zwak als ieder andere sterveling. God had er kennelijk ook genoeg van. Simson was nu dus in de macht van die vuile onbesneden Filistijnen die hem blind en slaaf maken.

Maar .. grote truc, Simson roept om wraak en krijgt die natuurlijk van de Heer. Hij laat op een feestdag een tempel instorten met behulp van de door God weer even teruggegeven kracht. Behalve hijzelf komen duizenden mensen om, vrouwen en mannen, kinderen en koningen, priesters, onschuldigen. De Heer kon tevreden zijn.

Simson_und_delila

Lezer, komt dit U trouwens niet bekend voor? Het heet tegenwoordig zelfmoordterrorisme. “Strijders’ die op een volle markt met onschuldige mensen, waaronder vrouwen en kinderen, bommen laten ontploffen.

Wat moeten we nu toch leren van dit ‘stichtelijke’ Bijbelse verhaal?

Marius.

augustus 28, 2010
By on 19:17
MOOIE CAMPING, EN NU …?

CARAVANNEN IN FRANKRIJK. 

 

Als enthousiaste caravanners in Frankrijk worstelen we met een dilemma.

Mijn vrouw en ik geven de voorkeur aan kleine boerencampings, zonder al dat ‘entertainment’ die de moderne mens nodig schijnt te hebben om vakantie te vieren.

Dus voor ons geen animatie, geen zwembad met allerlei prettoestellen, geen gezamenlijke BBQ’s, geen kantines met ‘gezellige’ bingoavonden, geen disco’s met alle daarbij gebruikelijke klereherrie.

Voor ons is schoon sanitair en een aansluiting op het elektriciteitsnet ruim voldoende. En ruimte en rust. Nou ja, we zijn ook al een dagje ouder.

Nou hebben we de laatste jaren op onze reizen in Frankrijk een aantal campings ontdekt die aan onze verlangens voldoen. Dus kleinschalig, bij de boer, rustig tot stil, grote staanplaatsen, al of niet beschaduwd, plezierige beheerders en een prachtomgeving. En voor ons zuinige Nederlanders; spotgoedkoop. Zo’n  €12 à €15 per nacht, all in. Kan je niks van zeggen, toch?

 

 Eiken3

Het dilemma is duidelijk!

Wij gunnen de meestal kleine ondernemers hun omzet. Maar als we de loftrompet steken over die prachtplekken en daar bekendheid aan geven kan je er donder op zeggen dat een jaar later de rust op die camping ver te zoeken is en er voor ons geen plaats meer is. Nou gunnen we ook onze medecaravanners een mooie plek, maar toch …….

Wat te doen?

We kunnen natuurlijk de verantwoordelijkheid bij anderen leggen bijvoorbeeld bij de beheerders en stellen dat ze zelf maar voor bekendheid moeten zorgen, of bij de vele verspreiders van kampeergidsen. Maar toch……

 

Marius.

 

augustus 27, 2010
By on 17:37
DE TRUI.

 

Ze was met hem op vakantie gegaan. Nellie, met Cornelis. Met de tent nog wel. Hij had eerst wel wat bezwaren. ‘Vind ik zo primitief. Kunnen we niet gewoon in kleine hotelletjes, hoeven we niet zelf eten te maken, af te wassen, bedden op te maken, kunnen we lekker naar een verwarmde WC op de kamer, niet met zo’n sneue pleerol in je hand langs nieuwsgierige toeschouwers.’ Maar ze had vol gehouden, of zo of niet. Hadden haar vrienden het niet altijd gezegd, als je het met een nieuwe lover veertien dagen in een tentje volhoudt, kan je het vele jaren volhouden.

Ze was negenendertig nu en nog steeds zonder vaste partner. Als ze in de spiegel keek en dat deed ze de laatste tijd wat frequenter dan tien jaar geleden, vond ze dat eigenlijk niet terecht. Ze zag een slanke, lange vrouw, een vrolijk open gezicht. Zelf vond ze het eigenlijk wel vreemd dat ze geen vent om haar heen had die gek op haar was en die met haar oud wilde worden. Of beter, om met Peter van Straaten te spreken, jong met haar wilde blijven. En veel van haar vrienden en vriendinnen vonden dat met haar.

En nou kende ze hem alweer zes maanden, Cornelis. Wat excentriek vond ze het dat hij zijn naam zo onverkort wilde horen, dus beslist geen Cor of Ko of het onverdraaglijk Nelis, maar voluit, Cornelis. En verder was hij haar tegendeel in levensstijl en interesses. Zijzelf, deeltijdlerares kunstvormen, woonde in en was gek op de landelijke omgeving in de Randstad, nogal ongeorganiseerd, spiritueel, zeer gevoelig voor geluiden, vrijmoedig en open. Gek op ‘aards’ eten zoals uien, kool, fruit, bruin brood en Franse kazen. En niet te vergeten knoflook. Haar moeder had ooit een door anderen gewaarschuwde controleur van het gasbedrijf weggestuurd met de opmerking; ‘Ga maar weer, er is geen gaslek, mijn dochter Nellie is langs geweest.’

En dan Cornelis, echt stadsmens, Amsterdammer en gek op zijn huis bij het Rembrandtplein, van beroep planner in het hoger beroepsonderwijs, nuchter, afwachtend, in zijn spaarzame vrije tijd liefhebber van drukke terrasjes in de binnenstad. Hij was een paar jonger dan zij en had al twee mislukte relaties achter de rug, zonder dat daar kinderen bij betrokken waren en daar deed hij nogal gemakkelijk over vond ze.

‘Ach, het paste niet en dat vond die ander ook, nou en? Over en uit.’

Na een jaar van beroepsmatig plannen moest hij er echt voor een paar weken uit en zij wilde hem wel mee hebben, maar met de tent. En ja, wonder boven wonder had hij zich geschikt.

 

En nou zaten ze in de buurt van Orange in Frankrijk op een kleine boerencamping en het was al twee weken koud en het waaide hard en alles was nat en wat nu.

Ze hadden er toch alle twee de moed ingehouden en toen zei praktische Cornelis; ‘Nou gaan we lekker lang allerlei onnodige inkopen doen in een van die grote supermarkten, die Carrefour in Orange, daar is het warm, er is een goeie cafetaria en daarna zien we wel.’

Nellie keek hem verrukt aan, ‘onnodige inkopen’ en ‘daarna zien we wel’. Lekker, laat maar eens gaan dus, alles wat na dat ‘daarna’ komt hoeven we lekker niet te regelen, te organiseren.

In de wat rommelige hoop kleren ergens achter in de tent zocht en vond ze een warme trui. Het was er een van Cornelis, maar het gaf een extra dimensie aan hun intimiteit. Ze droeg ineens als vanzelfsprekend zijn kleren, het voelde prettig aan.

 Carrefour

Na de camping en de autorit door de landelijke omgeving van Orange toonde de ingang van de enorme supermarkt erg futuristisch. Ontspannen wandelden ze naar binnen, door een van de vele poortjes, de weldadige warmte viel als een deken over hen heen.

Ze sprong dan ook een gat in de lucht toen ze bij het passeren van het ingangspoortje een snerpend alarm hoorde afgaan. Twee geüniformeerde veiligheidsfunctionarissen snelden toe. ‘Madame, s’il vous plaît?’

Verbaasd en verontrust, ze had nooit enig vertrouwen gehad in elektronische systemen, gaf ze haar tas en sleutels voor controle af en wandelde opnieuw door het poortje. Weer dat irritante geluid. Cornelis stond al binnen en grijnsde, vervelende kerel! Een vrouwelijke employé slenterde nu naderbij en keek vragend naar mannelijke collega’s. Maar die schudden het hoofd en vroegen Nellie haar bril eens af te zetten. Maar de elektronische speurneus gaf waar voor zijn geld en opnieuw luidkeels alarm. Nellie begon zich vreselijk opgelaten te voelen, er ontstond al een klein oploopje en de meewarige blikken van enkele duidelijk Nederlandse toeristen joegen haar de kleuren naar de wangen.

Maar nu kwam Cornelis haar te hulp, sloeg een arm om haar heen en fluisterde in haar oor; ‘Kijk die trui eens na.’

Ze draaide ze het ding alle kanten op en voelde ergens in de zoom een rechthoekig plaatje. ‘Verrek,’ dacht ze, ’een kaartje van de Hema, zo’n pesterig controleplaatje, waarvan kennelijk beveiligingssystemen op hol slaan, waarom heeft hij die er niet uitgeknipt!’

De controleurs van de Carrefour waren erg correct en meelevend. Ze zagen duidelijk geen crimineel in haar. Er werd een klein schaartje aangevoerd en het Hemakaartje werd heel voorzichtig uit de trui verwijderd. Het probleem was opgelost. De elektronische waakhond hield zich eindelijk koest. Cornelis nam haar hand en samen wandelden ze met opgeheven hoofd langs de zo te zien wat teleurgestelde toeschouwers de eindeloze koopgangen in. Even later stond ze zonder iets te zien stil voor de schappen met mosterd. Cornelis kwam achter haar, streek haar zacht over de haren en vroeg, ‘Word je al wat warmer?’

 

Nellie wilde op de terugweg persé nog even langs de Abdij van St Jean d’Enfer. Even iets anders dan regen, kou, boodschappen, elektronica, beveiligingsbeambten, verkeer ….. . Even een gevoel van bezinning, even stilte, even niks.

Cornelis wandelde achter haar aan toen zij wat beschroomd de donkere kapel binnenstapte. De ruimte, spaarzaam verlicht door het grijze buitenlicht via glas-in-lood ramen, was leeg en koel.

Maar plotseling was rondom haar het geluid van dreunende kerkklokken. In paniek sloeg ze haar handen voor de oren. Had ze nu weer…..? Oh, lieve Heer…?

Toen hoorde ze van ver door het gebeier heen de stem van Cornelis ‘Ach meisje’, kom mee, je hebt niets fout gedaan. Het is vijf uur, de vesper of zo. Je hoeft je trui niet uit te doen.’ En hij sloeg zijn armen om haar heen.

 Kerkklok

Weer in de tent volgde een zoete nacht.

Die avond besloten ze naar Nederland terug te rijden. Nellie wist het zeker, ze wilde het wel proberen. Hij ook.

 

Marius.

augustus 15, 2010
By on 16:41
DIE DOMINEE TOCH!

Een dezer dagen ontvingen mijn vrouw en ik het overzicht van de nieuwe uitbetalingen van de AOW. Wij, en gelukkig niet alleen wij, gaan er met ons tweeën wel €5, = per maand op vooruit! Gevoegd bij het feit dat we in januari van dit jaar te horen kregen dat we er toen zo’n € 0,70 de vrouw/man erbij kregen kunt u zich voorstellen dat het bij ons dolle pret was die dagen. ‘Vrouw, de pest met de armoede, geef de vissen maar eens extra voer!’

En dat in een periode dat het met de economie echt nog niet zo geweldig gaat, zelfs de prominenten in de zorg en het bankwezen trekken bedenkelijke gezichten als zij hun welverdiende bonussen en afvloeiingregelingen ontvangen. Bijvoorbeeld ziekenhuisbestuurder en ‘dominee’ Adri van den Berg, die bij het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht (ASZ) zich heeft laten afkopen  na een ‘bestuurscrisis’ (in gewone kringen heet dat ruzie), heeft er heel veel problemen mee dat hij nog een jaar of 6 (zes!) zo’n € 215.000,= (ja, TWEEHONDERDDUIZEND EURI’S) per jaar krijgt zonder ervoor te moeten werken. Hij wil of kan er geen commentaar op leveren als hem gevraagd wordt hoe dat nou toch mogelijk is. Waarschijnlijk is hij erg verdrietig, ach god, die dominee toch.

 

U kunt zich voorstellen dat wij, mijn vrouw en ik er alle begrip voor hebben dat daardoor een heleboel zaken uit het basispakket van onze ziektekostenverzekering worden gehaald, zodat bijvoorbeeld deze arme man in alle rust zijn welverdiende geld kan innen. Overigens moesten natuurlijk ook zijn medebestuursleden Haijo Pietersma en Leen Pijpers, de twee andere leden van de toenmalige raad van bestuur die werden ontslagen, een redelijke vergoeding krijgen. Volkomen logisch, het was maar zo’n € 246.000,= per persoon. Moet kunnen!

 

In het jaar 2010, waarin de KNVB en de zakenwereld vinden dat er hier in 2018 het WK-voetballen moet worden gehouden, iets waarvan iedere econoom zegt dat dat jou en mij klauwen met geld gaat kosten, vind ik dat het knettergek is dat ons parlement, dus jij en ik, er kennelijk niets meer in te zeggen heeft. Zijn we als gewoon burger nou echt alle controle op deze waanzin verloren? Arm Nederland, arme Nederlanders, arme wij!

 

Marius.

 

 

augustus 12, 2010
By on 16:55
ALS GOD ZOU BESTAAN,

Als god zou bestaan
Zou ik hem doden.
- Of liever – hem aanbrengen
Bij het internationaal strafhof 
Wegens misdaden tegen de menselijkheid.
 
Als ik onverwacht voor het aangezicht
Van god zou verschijnen,
Zou ik hem respectloos bespuwen
En een aanklacht beginnen over
Het leed in de wereld.  
 
Maar goddank, er is geen  god.
Alleen dwazen,
Heel veel dwazen.

Floris van den Berg 

 

augustus 10, 2010
By on 18:11
Love Parade en Kerk

“De Love Parade in Duisburg, twee weken geleden, was een zondig evenement. Dat er 21 doden vielen, zou wel eens een straf van God kunnen zijn geweest.”

Dat schrijft de Oostenrijkse rooms-katholieke bisschop Andreas Laun op de Duitstalige website kath.net over het technofestival. Bij de Love Parade zijn 21 mensen door verdrukking om het leven gekomen. Vijfhonderd festivalgangers raakten gewond.

Laun zegt dat de Love Parade en de deelname aan het evenement 'een rebellie tegen de schepping en tegen de Goddelijke Orde zijn, zondig zijn en een uitnodiging om te zondigen'.

Hij waarschuwt zijn lezers de doden niet te veroordelen. "Ook mag geen mens beweren dat hun dood een – vanzelfsprekend gerechtvaardigde – straf van God is", aldus Laun. Maar even later schrijft hij: "Men weigert te erkennen dat de Love Parade, nog afgezien van haar ziekelijke verschijningsvorm, ook met zonde te maken kan hebben en daarom logischerwijs ook met de oordelende en straffende God! (“de Morgen”, België)

Bisschop Andreas Laun

Als de bisschop gelijk heeft, zou dat heel fijn zijn. Want dan zouden al die katholieke geestelijken, die zich hebben vergrepen aan onschuldige kinderen, of dat misdrijf in de doofpot hebben gestopt, zoals de huidige paus, door ‘Onze Lieve Heer’ moeten worden beoordeeld en gestraft. Maar daar merken we helemaal niets van. Paus blijft paus, kardinaal blijft kardinaal en gelovige blijft onzeker. Zou bisschop Laun het dan toch mis hebben? Hoe kan dat nou? Een bisschop is toch niet zomaar iemand. Is toch iemand met gezag, zelfs met gezag over zaken die het moraal aangaan! Hij hoort het te weten, denk maar eens aan Sint Nikolaas! Ha, nou jij weer!

Maar nu het gezonde verstand. Moeilijk, ik weet het. Wat is verstand, en vooral wat is gezond verstand, kijk eens naar het volgende plaatje. Zou je gezonde verstand je niet moeten zeggen hier vandaan te blijven? Van die plaats waar veel mensen zich te buiten gaan aan drank en pillen? Heeft niet iedere ‘festivalbezoeker’ de morele plicht zich te vergewissen van de toestand ter plaatse en zich zou moeten realiseren dat daar waar zoveel mensen zich verzamelen er risico’s ontstaan? En dat je die zou moeten vermijden?

 

Love Parade Berlin

Denk zelf, en laat denken niet over aan de ‘verantwoordelijke’ autoriteiten! En zeker niet aan de “Kerk”!

Marius.

augustus 9, 2010
By on 17:00
CARAVANNEN, HOE SPANNEND!

CARAVANNEN, HOE SPANNEND!

 

Als iemand, na vijf jaren zo langzamerhand, zich wat meer ervaren caravanner voelt, kom je nog steeds bij het rondrijden met je combinatie, met je huisje op wielen, toch nog steeds voor verrassingen te staan. Zeker als je de zeven kruisjes al ondergaan hebt.

Een ding heb ik in ieder geval geleerd; als je van stationair overgaat op mobiel is het beslist noodzakelijk dat je in je vertrekprotocol een laatste algemene controle inbouwt. Je hebt de neiging wat nonchalant te worden na vijf jaren ‘ervaring’, maar dat is zeer onterecht. In ieder geval in mijn situatie.

Zo reed ik dit jaar (2010) na een zeer plezierig verblijf op een camping nabij Louhans (bij Bourg-en-Bresse) weg naar het noorden. Ik dacht alles onder controle te hebben en weet nog dat mijn vrouw en ik met echt gevoel van leedwezen een ons tegemoetkomende camper zagen die zijn dakluik nog open had staan. Arme mensen, die zouden die avond van een kouwe en wellicht natte kermis thuis komen. Nou ja, luttele km’s verder zag ik een duidelijk Nederlands echtpaar staande naast hun geparkeerde caravan/autocombinatie ons nadrukkelijk nawijzen. Enigszins verontrust probeerde ik via de spiegels van mijn auto de bovenkant van mijn caravan in het vizier te krijgen en ja hoor, ook mijn dakluik stond nog open! Later die dag kwam ik ook nog tot de ontdekking dat ik de deur van de caravan vergeten had af te sluiten en na een oponthoud bij een wegrestaurant ook de slingerbeveiliging niet weer had ingeschakeld. Misére!

Gadverdemme!

Mijn gevoel van eigenwaarde, mijn gevoel van ‘ik heb alles onder controle’, had hieronder zeer te lijden. Toen ik diezelfde avond bij aankomst op de plezierige camping van Seppois-le-Bas geen kans zag de caravan horizontaal op te stellen, niet mijn schuld natuurlijk, maar van de camping, werd ik wat dwars. Ik trok mijn combinatie van die vervelende plek weg om hem op een vlakke plek opnieuw en nu horizontaal op te stellen. Iets te vlot trok ik op, waarbij ik de schors van de bomen reed. Die zat toen in de rail van de voortent. Poeh, krap an!

Na enige krachttermen mijnerzijds stelde mijn vrouw zeer terecht een vervroegde huisvaart voor. Maar ja, iedere caravanner/campeerder zal deze situatie waarschijnlijk herkennen. Na het avondbrood en een heerlijke duik in het luxe zwembad van deze camping ging het weer wat beter met ons. Ik beloofde haar beterschap en we gingen de ooievaars van deze camping aanmoedigen, iets wat ze echt niet nodig hadden.

Kortom, loop alles na voordat je vertrekt! Dan blijkt dat je de deur van je caravan niet op slot hebt gedaan. Dat je de koelkast niet hebt omgezet van stroom van de camping op autostroom. Dat je de slingerbeveiliging niet hebt ingeschakeld, het steunwiel van de caravan niet hebt opgedraaid. Het lijkt spijkers op laag water zoeken, maar het loont de moeite!

Nu wil ik alles controleren; ’Kan wel zijn, lieve schat, maar nou weten we zeker dat alles OK is!’

 

Hebben jullie dat nou ook?

 

Marius.

augustus 5, 2010
By on 17:36
EEN ATHEÏSTISCHE FILOSOOF.

Er was ooit een Duitse filosoof, L.A.Feuerbach, 1804 -1872, alweer een tijdje geleden dus. Maar wat zeggen huidige denkers; Feuerbach was de eerste atheïstische filosoof en hij drong meteen door tot de essentie van religie: zijn argumenten zijn een definitieve analyse van het christelijk geloof en ook vandaag de dag nog steeds doorslaggevend.

En wat zei deze spraakmakende filosoof::

 

250px-Ludwig_feuerbach

 

Niet God heeft de mens gemaakt, maar de mens God".

En: God als God, dwz als onbegrensd wezen, als niet-menselijk, niet door de materie begrensd, niet als zintuiglijk waar te nemen verschijnsel, is slechts een object van de gedachte.

En: Religie is niets anders dan het primitieve – en daarom kinderlijke, populaire, maar bevooroordeelde, ongeëmancipeerde – bewustzijn van de mens zelf en de Natuur.

 

Bovenstaande beschrijft mijn denkbeelden veel beter dan ik het kan zeggen.

 

Ik denk dat ik iemand ben die men een naturalist noemt. Alles wat ik waarneem, ook de zaken die ik nu nog niet begrijp, probeer ik te verklaren aan de hand van wat nu bekend is en ben bereid te wachten totdat onbegrijpelijke zaken in de toekomst wel logisch verklaarbaar zijn. Ik heb slechts (zoals denk ik verreweg de meeste andere mensen) slechts een fractie van alle opvattingen over religie en andere spirituele zaken tot mij kunnen en concludeer daaruit het volgende;

 

  • De verscheidenheid in opvattingen over spirituele zaken is buitengewoon groot, verschilt per regio en per individu. Dat betekent dat een en ander subjectief wordt beleefd en dus een product/object moet zijn van ons brein. Het bestaat niet buiten dat brein. Vandaar dat je zo weinig gereformeerden ziet in Tibet en zo bijna geen shintoïsten in Tiel en omgeving.
  • Iemand is zelden in staat op een ander over te brengen wat hij/zij precies bedoelt, een ieder leeft in zijn eigen gedachtewereld.
  • Als men al in staat is iets van zijn opvattingen over te brengen wordt dat in de praktijk meestal anders uitgelegd en uitgevoerd dan oorspronkelijk de bedoeling was.
  • Er is geen enkel (wetenschappelijk) bewijs dat god, goden, geesten, engelen, telekinese, helderziendheid, helderhorendheid, heldervoelendheid, feeën, elfen, voodoo enz. enz. bestaat/bestaan. Als het geloof erin al een uitwerking op mensen heeft, is er sprake van een placebo-effect, als gevolg van de werking van ons brein. Het overgrote deel van de wetenschappelijke wereld deelt die mening (men spreekt over 95%)

 

Verder ben ik van mening dat er in de afgelopen eeuwen te veel respect is geweest voor religieuze en andere bovennatuurlijke opvattingen. De kerkklokken mochten luide luiden, maar commentaar erop was not done. Maar nu, in deze ‘verlichte’ 21e eeuw,  moet ik luid en duidelijk kunnen verkondigen dat ik het volksverlakkerij vind, dat onze kinderen weliswaar geleerd moet worden dat er mensen zijn die iets geloven en wat ze geloven, maar dat bijvoorbeeld bijzonder onderwijs verboden zou moeten worden. In tegenstelling tot Feuerbach vind ik dat je religie best wat steviger aan mag pakken. Al was het alleen maar om onze kinderen te beschermen. Het mag wel zo zijn dat in de wereldgeschiedenis alles doordrenkt is van geloof in hogere machten, maar we kunnen toch wel leren, goeie god (sic) het is al 2010 na Christus!

En zeker vind ik dat opvattingen van gelovigen niet aan anderen mag worden opgelegd, bijvoorbeeld in zaken als euthanasie, abortus, stemmen en zwemmen op zondag en het geloof in een door een god gezonden en ondersteund koningshuis. En als iemand vindt dat het leven door een god is geschonken en dat je er zelf niet over mag beschikken moet die iemand dat beslist niet doen. Maar ik vind dat onzin, ik mag wel over mijn eigen leven beschikken en als ik er uit wil stappen is dat mijn zaak, waar liggen de pillen!

 

Mijn spirituele wereld ziet er geheel anders uit dan die van ieder ander. Er wordt mij wel eens verweten dat die armer zou zijn dan van bijvoorbeeld een mysticus of een andere ‘gelovige’. Het kan zijn, maar ik ben wel verbijsterd en verrukt door de veelheid aan voortbrengselen van de menselijke geest en de natuur. Muziek, gedichten, proza, kunst dus en wetenschap. Muziek bijvoorbeeld is wonderbaarlijk, een voortbrengsel van iemands geest, inspiratie en vakmanschap, wat een wonder! Ik ben verbijsterd en verrukt als ik mij probeer te realiseren wat er in al die miljarden jaren in het universum is ontstaan en wat er mogelijk nog kan ontstaan. Richard Dawkins is niet alleen “beroepsatheïst” zoals iemand eens zei, maar ook een bevlogen Darwinist en een zeer boeiend populairwetenschappelijk schrijver over de evolutie. Ik ben niet door hem ‘bekeerd’, bij hem en bijvoorbeeld bij Maarten ’t Hart, ook bioloog, las ik wat ik altijd al dacht en probeerde te zeggen en te begrijpen.

 

Zo, wat een ontboezeming , misschien reageert er iemand.

 

Marius.

augustus 2, 2010
By on 17:33
DIE FRANSEN TOCH ….

DIE FRANSEN TOCH!

 

Terug van een zeven weken lange caravanvakantie in Frankrijk realiseerde ik mij het volgende; op verjaardagen en op de camping, met Nederlanders onder elkaar, hoor je het nog regelmatig. Fransen zijn stug, ze laten je aan je lot over, ze spreken geen woordje over de grens, kortom Frankrijk is leuk en mooi, maar er zouden geen Fransen moeten wonen.

Dat er maar weinig Fransen zijn die Nederlands spreken geloof ik wel, waarom zouden ze trouwens. Hun taal klinkt zoveel mooier dan die van ons. Met de woorden ‘une poubelle’ kan je een melodieuze chanson schrijven, met het Nederlandse ‘een afvalzakje’ lijkt me dat een stuk moeilijker. En neem nou het houterige ‘KAAS’, of het zangerige ‘FROMAAAAGE’, moet ik nog meer zeggen?

 

In mijn jeugd, helaas, hoe lang geleden, zo’n 60 jaar alweer, begonnen we in de laatste klas van de lagere school met lessen Franse taal voor wie erin geïnteresseerd was. Dank juf Leene! Hoeveel plezier heb ik daarvan gehad! Ik bracht er toen niet veel van terecht, maar daarna, op de MULO (zoek op, jullie analfabeten!) leverde een tweede start een aanmerkelijk beter resultaat op. Dank, dank, dank! Toch bleef mijn kennis van de Franse taal helaas op een nogal basaal niveau steken, maar wel op de harde schijf van mijn jeugd. En die bleek tamelijk slijtvast over de jaren.

Eigenwijs als ik van nature nou eenmaal ben, blijf ik dus in vakanties mijn Frans op die arme mensen daar uitproberen. En trachtte daarna hun reactie te verstaan. Het eerste lukte aardig, hoop ik althans. Het tweede, het begrijpen van de antwoorden bleek in de praktijk een stuk moeilijker. Vooral in het zuiden, waar de dialecten kennelijk welig tieren.

Maar een ding is mij wel duidelijk geworden. Het wordt zeer op prijs gesteld als je je probeert aan te passen aan het land, de gewoonten, de taal, hoeveel fouten je ook maakt. Vinden wij Nederlanders het ook niet zeer te prijzen in een buitenlandse toerist (en zeker in een asielzoeker!) als hij of zij je iets in het Nederlands probeert duidelijk te maken?

 

Eiken3

Mijn ervaringen op een camping à la ferme in de buurt van Montélimar zie ik als bewijs voor mijn stelling. Voor het derde jaar daar met caravan gearriveerd voor een verblijf van meerdere weken, werden we er ontvangen als habitués, vaste gasten, goede kennissen. En door de Franse eigenaar/beheerder en veel van zijn vaste Franse gasten.

We werden met veel vriendelijkheid ontvangen. We werden onmiddellijk opgenomen in het pétanquegebeuren.

We werden (vrijblijvend) uitgenodigd voor de op deze camping gebruikelijke ‘apéro’s’. Voor de avondmaaltijd van acht uur, een uurtje bij elkaar met een borrel, steeds bij een ander. En toen deze eigenwijze kampeerder zijn voortent met de voorkant op het zuidwesten had opgesteld en een loeiende storm uit die richting een en ander dreigde te verwoesten, stonden alle Franse buren (en Nederlandse!) klaar om de zooi af te breken, mijn caravan 180 graden te draaien en direct alles weer op te bouwen.

Ook werden mijn vrouw en ik door sommige al opgenomen in het ‘kuscircuit’. Iedere ochtend volgde na het nadrukkelijke ‘bonjour’, met die grappige uithaal naar boven aan het eind, drie kussen tussen de vrouwen en een hand voor de mannen. Is toch iets anders dan een gebromd ‘mogge’. Overigens kussen volgens mij mensen uit bijvoorbeeld Parijs anders dan die uit Normandië of uit de Vogezen, soms twee, soms drie en de variant met twee kussen op iedere wang heb ik ook wel eens waargenomen.

 

Nou ja, het is duidelijk, ook Fransen zijn net mensen, vaak fijne mensen!

 

Caravannen in Frankrijk, hoe leerrijk!

 

Marius.

 

 

 

 

juli 28, 2010
By on 14:59